App Icoon

Klaar, naar Verenso tijdschrift

Het effect van de sluiting in 2020 op stemming, gedrag en functioneren van bewoners van langdurige zorginstellingen

 

De abstractcommissie heeft op verzoek van de congrescommissie zes abstracts geselecteerd die tijdens het Verenso najaarscongres 'Innovatie' op 25 november 2021 middels een flitspresentatie gepresenteerd worden. Onderstaande abstract is daar een van.

Milou Angevaare, Karlijn Joling, Martin Smalbrugge, Nettie Blankenstein, Cees Hertogh, Hein van Hout

 

Doel

Het effect van de sluiting in het voorjaar van 2020 op stemming, gedrag en functioneren van bewoners van verpleeghuizen en woonzorgcentra op groepsniveau te onderzoeken.

Opzet

Gemengde methoden: (1) Longitudinale analyses-vergelijking van uitkomsten bij bewoners voor en tijdens de sluiting- en (2) focusgroepen met medewerkers zorginstellingen.

Methode

Voor de longitudinale analyses zijn beoordelingen van oudere bewoners van langdurige zorginstellingen uit de Nederlands InterRAI-LTCF database gebruikt. Deze halfjaarlijkse beoordelingen zijn onderdeel van de reguliere zorg en worden afgenomen door getrainde verpleegkundigen en verzorgenden. De groep bewoners die tijdens (20 maart 2020–24 mei 2020) en voor de sluiting is beoordeeld is vergeleken met een groep bewoners met twee beoordelingen voor de sluiting (2018-2020). Het verschil tussen de twee groepen werd onderzocht met mixed model en GEE-analyses. Er is gekeken naar verandering tussen de twee beoordelingen in: cognitie en delier, stemming, angst, eenzaamheid, terugtrek- en agressief gedrag en conflicten met medebewoners en zorg medewerkers. Verder is onderzocht of het effect van de sluiting verschilde voor bijvoorbeeld: mannen en vrouwen, verschillende leeftijdscategorieën, en bewoners met en zonder ernstige cognitieve beperking. In twee focusgroepen reflecteerden medewerkers van langdurige zorginstellingen op deze kwantitatieve resultaten aan de hand van hun eigen ervaringen tijdens de sluiting.

Resultaten

De sluitinggroep bestond uit 301 bewoners van 71 afdelingen. De controlegroep bestond uit 610 andere bewoners van dezelfde afdelingen. Over het algemeen verschilde de uitkomsten tussen de sluiting- en controlegroep niet significant. Alleen de zelf-gerapporteerde stemming liet een kleine maar wel significante, verslechtering zien tijdens de sluiting vergeleken met de controlegroep. Dit verschil met de controlegroep bleek met name in de eerste helft van de sluiting te zitten. De subgroep bewoners zonder ernstige cognitieve beperking liet tijdens de sluiting een afname van terugtrekgedrag zien. De controlegroep zonder ernstige cognitieve beperking en beide groepen met cognitieve beperking (zowel in de controle- als sluitinggroep) lieten een toename van dit type gedrag zien.

Medewerkers die deelnamen aan de focusgroepen ervaarden zowel negatieve als positieve gevolgen van de sluiting. Mogelijk zijn de gevolgen op groepsniveau beperkt gebleven door onder andere het inzetten van beeldbellen met familie, meer één op één aandacht van de medewerkers en meer kleinschalige activiteiten op de afdeling. 

Conclusie

Op (sub)groepsniveau bleken er nauwelijks verschillen tussen de controle- en sluitinggroepen op verandering in cognitie, gedrag en sociaal en cognitief functioneren. De inzet van medewerkers heeft de negatieve impact van de sluiting mogelijk beperkt.

Auteurs

  • Milou Angevaare, basisarts-promovenda, afdelingen ouderengeneeskunde en huisartsgeneeskunde, Amsterdam UMC

  • Dr. Karlijn Joling, afdeling ouderengeneeskunde, Amsterdam UMC

  • Dr. Martin Smalbrugge, specialist ouderengeneeskunde, afdeling ouderengeneeskunde, Amsterdam UMC

  • Dr. Nettie Blankenstein, afdeling huisartsgeneeskunde, Amsterdam UMC

  • Prof. dr. Cees M.P.M. Hertogh, hoogleraar ouderengeneeskunde, afdeling ouderengeneeskunde, Amsterdam UMC

  • Prof. Hein van Hout, afdeling huisartsgeneeskunde, Amsterdam UMC

     

PDF
Genereer PDF document